dinsdag 20 april 2021

Straft God nog steeds?

OT God versus NT God?

Een observatie die zowel binnen de kerk als buiten de kerk gemaakt wordt, is dat het er soms op lijkt alsof de bijbel schrijft over twee Goden, in plaats van één. Je hebt de God van het oude testament en de God van het nieuwe. Eigenlijk weten we wel dat dit dezelfde God is, en dat God zich niet ontwikkeld heeft van een grumpy straffende rechter naar een lieve allemansvriend, maar toch... Het knaagt aan de gedachten van velen.

In het oude testament zien we God flink straffen, bijvoorbeeld door een vreemd volk te sturen dat Israël overheerst of door duizenden te laten sterven. We zien God het volk als groep straffen, en individuën voor hun wandaden, maar dan komt Jezus, en daarmee het nieuwe testament. Vergeving lijkt een prominentere rol in te nemen wanneer Immanuël er is. God is dezelfde maar handelt anders op sommige vlakken, maar hoe zit dat met straf en veroordeling?

Om te beginnen: Mijn argument geformuleerd in logica taal. Als de volgende premissen waar zijn, volgt daaruit dat de conclusie ook waar is:

Premisse 1: God is een goede Vader

Premisse 2: Een goede vader straft zijn kinderen

Premisse 3: God heeft nog steeds kinderen

Conclusie: God straft nog steeds

Dit is heel belangrijk: Er zijn twee soorten straf, welke enigszins overlappen. De eerste is straffen om de rechtvaardigheid, en de tweede soort is straffen om de correctie. Met "straffen" bedoel ik hier niet dat de prijs betaald moet worden voor de zonde, omdat dat door Gods rechtvaardigheid vereist wordt. Ik doel vooral op die tweede vorm, namelijk dat God ons disciplineert met als doel ons te corrigeren en te laten groeien in ons proces van heiliging. Een christen is al gerechtvaardigd voor God, maar wordt nog geheiligd in zijn praktische leven.

Aan mij nu de taak om de drie premissen - mijn stellingen - te bewijzen. Het artikel moet wel kort blijven, dus we nemen wat shortcuts hier en daar. Hier is meteen de eerste shortcut: Premisse 1 en 3 zijn evident en behoeven weinig uitleg, hoewel je hier hele boeken over kunt schrijven. God is goed (Luc 18:19), en wordt keer op keer als Vader omschreven, zowel in het oude als het nieuwe testament (Ps 103:13 en gebed "Onze Vader...").  Iedereen die bij Hem hoort, wordt Zijn kind genoemd (Joh 1:12-13), dus God heeft nog steeds kinderen. De middelste premisse is de laatste decennia wat controversiëler geworden, dus laten we deze iets verder uitdiepen.

Een goede vader straft zijn kinderen?

De taak van een vader is om zijn kinderen op te laten groeien tot gezonde volwassenen. Volwassen worden gaat niet automatisch aangezien niemand van nature perfect is, zoals Romeinen 3:12 aangeeft:

"Allen hebben ze zich afgewend, heel de mensheid is verdorven. Er is geen mens die nog het goede doet, er is er zelfs niet één."

Als je vader het goede voor ogen heeft met je, zal hij je niet alleen onvoorwaardelijk welkom heten, maar zal hij je ook corrigeren zodat je zult leven zoals je bedoeld bent. In de wijsheidsliteratuur staan zoveel instanties hiervan dat we er maar een paar uit zullen lichten:
Straf je zoon, voordat het te laat is, maar ga daarin niet te ver (Spr 19:18). Als je een slecht mens straft, wordt hij verstandig. Straf je een verstandige, dan wordt hij nog wijzer (Spr 19:25). Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem. Wie hem liefheeft, tuchtigt hem (Spr 13:24). Straf en berisping leiden tot wijsheid, maar een kind dat aan zichzelf wordt overgelaten, wordt een schande voor zijn ouders (Spr 29:15).

Bij een goede vader ben je onvoorwaardelijk welkom, zoals je bent, maar hij zou niet goed zijn als hij je laat zoals je bent. Dit is exact wat de leer van "Justification, sanctification and glorification" weergeeft. De correcties van de goede Vader horen onder het kopje "sanctification" en zijn geen middel tot "justification". Dit wordt ook mooi geïllustreerd door wat God over Davids zoon Salomo zegt in 2 Sam 7:14-15 

"Ik zal een vader voor hem zijn en hij voor mij een zoon: als hij zondigt, zal ik hem kastijden met stok- en zweepslagen, zoals een vader doet, maar hij zal nooit bij mij uit de gunst raken..."

Gods karakter is sindsdien niet veranderd, en de komst van het nieuwe verbond heeft hier weinig verandering in gebracht. Dit wordt namelijk nog eens benadrukt in bijvoorbeeld Hebreeën en Openbaring.

Hebreeën 12 citeert Spreuken 3:11-12: 

"Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terechtgewezen wordt, want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt." 

Ook wordt uitgelegd dat als we niet deze leerschool doorlopen, we geen kinderen zijn. De disciplinering van God is op korte termijn vervelend, maar op lange termijn plukt wie erdoor gevormd is er de vruchten van: Een leven in vrede en gerechtigheid.

Als we toch eens zouden beseffen dat "liefde" en "lief" wel veel letters gemeenschappelijk hebben, maar weinig betekenis... Dit zegt Jezus tegen de gemeente in Laodicea, in Opb 3:19: 

"Iedereen die ik liefheb wijs ik terecht en bestraf ik. Zet u dus volledig in en breek met het leven dat u nu leidt."

God straft Zijn kinderen

Juist het feit dat God een goede Vader is, en dat God liefde is bewijst dat God nog steeds straft. Een God die niet zou straffen zou liefdeloos en slap zijn.  Als God ons niet meer straft zou hij ons zelfs haten. (Spr 13:24).
De drie premissen zijn waar, en daarom staat de conclusie als een rots: "God straft nog steeds"

Deze straf heeft niets te maken met onze redding, met het straffen van de zonde omdat dat opnieuw scheiding brengt tussen God en mens; met die straf en scheiding heeft Jezus voorgoed afgerekend, zoals we lezen in Rom 8:1: Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld. (Dit laat nog wel de vraag open "wanneer ben je in Christus Jezus?". Lees Joh 15)
Deze straf en disciplinering heeft te maken met het groeien als mens, groeien in onze bestemming en het proces van heiliging. 

Volledig veilig in de zekere acceptatie en liefde de Vader wil ik graag door Hem gestraft worden. "Wie erdoor gevormd wordt, plukt er op den duur de vruchten van; een leven in vrede en gerechtigheid"

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

donderdag 18 juni 2020

Hij, die in u een goed werk is begonnen, zal dit voleindigen


Heer, waarom wordt Paulus nou gevangen genomen?

Laatst begon ik de brief aan de Filippenzen te lezen. Paulus start in hoofdstuk 1, na zijn genereuze openingszinnen, te vertellen over zijn gevangenschap. Wat mij enorm opvalt is het gapende gat tussen het effect wat zijn gevangenschap heeft op de kerken toen en wat het nu zou losmaken als een top christelijk leider gevangen zou zitten zonder uitzicht op vrijlating. Dit zette me aan het denken.
Stel je voor dat de voorganger van je eigen kerk gevangen genomen is, puur en alleen omdat hij zo’n impactvolle christen is en fanatiek evangeliseert. Alle gemeenteleden zijn al maandenlang vol verve aan het bidden voor zijn vrijlating maar in plaats daarvan wordt hij nu zelfs in het buitenland gevangen gehouden, en de enige communicatie met hem is af en toe een brief die hij kan sturen naar een kerk. Wat zou de stemming zijn onder de gelovigen? Vragen als: “Waarom verhoort God onze gebeden nou niet?” zouden regelmatig klinken. Er zullen wat gelovigen afhaken en niets meer te maken willen hebben met een God die blijkbaar óf niet bestaat óf zelfs zijn meest trouwe volgeling niet redt.

Door ellende juist méér vertrouwen in God?

Wat brengt deze gevangenschap teweeg in de tijd van Paulus? “Bovendien durven de meeste broeders en zusters, omdat ze door mijn gevangenschap in de Heer vertrouwen hebben gekregen, de boodschap nu nog onbevreesder te verkondigen.”
Hoe is het mogelijk dat zo’n tegenslag, zonder gebedsverhoring, juist in méér vertrouwen in God resulteert? God lijkt juist onbetrouwbaar en risicovol door deze ervaring, toch?
Sterker nog, het hele voorval lijkt de andere gelovigen juist aan te sporen óók het nieuws over Jezus Christus zo enthousiast te gaan verspreiden!
Ik denk dat we het antwoord verderop lezen: “Het is mijn stellige hoop en verwachting dat ik mij nergens voor zal hoeven te schamen, maar dat Christus bij alles wat mij overkomt in alle openheid geëerd zal worden, of ik nu in leven blijf of moet sterven. Want voor mij is leven Christus en sterven winst.”
Paulus zal zich niet hoeven schamen omdat Christus hierdoor eer ontvangt. Alsof Paulus' eer één op één verbonden is met die van Jezus. Geen enkele gebeurtenis is interessant als de naam van Jezus er niet door groeit; niets is er om van te balen als het Gods reputatie niet schaadt. Alles draait om Zijn Naam. Boeiend of ik dan sterf of niet; hoe erg is sterven nou? Je bent dan des te sneller bij Jezus, daarom kun je het zelfs “winst” noemen!
De hele manier waarop Paulus omgaat met zijn gevangenschap zorgt ervoor dat de naam van Christus geëerd wordt. Hier is een duidelijk voorbeeld dat God alles laat meewerken ten goede, in de levens van wie Hem liefhebben. Niet ten goede voor Paulus natuurlijk, maar door Paulus, ten goede van Jezus’ naam. Paulus is, in tegenstelling tot bijna alle westerse christenen nu, helemaal niet geïnteresseerd in dat God alles laat meewerken ten goede van hemzelf. Het gaat hem alleen om Jezus’ naam.
Juist door deze mindset kan Paulus door deze gevangenschap het evangelie des te breder verspreiden, tot in de hoge rangen van het rijksbestuur. Paulus is blij met deze omstandigheden. Het toegenomen vertrouwen in de Heer is geen vertrouwen in dat Hij goed voor jou persoonlijk zorgt, het is vertrouwen dat Hij ongeacht wat er gebeurt door zal gaan met het werk dat Hij is begonnen.

Hij, die in u een goed werk is begonnen...

En dit is nog zo’n tekst, uit dit hoofdstuk, die altijd wordt geprojecteerd op onszelf als individu – als een belofte om ons gerust te stellen dat we bij God blijven horen. God doet een werk in je persoonlijk leven voor jou en Hij zal dat ook afmaken. Gezien de rest van dit hoofdstuk lijkt me dat geen logische interpretatie. Volgens mij bedoelt Paulus dat deze gemeenten in Filippi vanaf de eerste dag tot nu toe hebben bijgedragen aan de verspreiding van het evangelie. Dit goede werk (wat hij in Fillipi is begonnen) zal Hij voltooien op de dag van Christus. Het “goede werk” zou dan de verspreiding van het evangelie zijn. Niet jouw persoonlijke comfort of effectiviteit in Gods Koninkrijk, maar Gods Koninkrijk als geheel.
De meesten van ons (inclusief ikzelf vaak) plaatsen dit hele hoofdstuk automatisch in ons individualistisch paradigma: God is een werk voor mij begonnen, en Hij zal dat in mij afmaken. Hij is trouw aan mij en zorgt ervoor dat mij niets ergs zal overkomen. Als ik gevangen genomen wordt omdat ik werk voor het evangelie, vertrouw ik God dat Hij mij zal bevrijden. Ik zal mij nergens voor hoeven schamen als God mij uiteindelijk redt en zo Zich weer betrouwbaar bewijst. Wat een getuigenis als ik blijf leven en bevrijd wordt, en wat een crisis en dieptepunt in ons leven en smet op Gods reputatie als ik, gevangen omwille van Christus, ter dood gebracht zou worden.
In tegenstelling tot dit, lees hier wat de boodschap van Filippenzen 1 is: God is een werk begonnen in Zijn Koninkrijk, waar ik een rol in mag vervullen. Het evangelie zal verspreid blijven worden; Hij zal het werk afmaken. Hij is trouw en Zijn Koninkrijk zal standhouden, ook al sterf ik. Als ik gevangen genomen wordt omdat ik werk voor het evangelie, zal dit het evangelie juist ten goede komen. God is betrouwbaar: Hij maakt namelijk het werk van Zijn evangelie af, zelfs (of juist) met mij in de gevangenis. Ik hoef mij nergens voor te schamen want mijn eer is Gods eer en dit lijden komt Zijn eer ten goede. Het is vrij oninteressant of ik leef of sterf; beiden hebben zo hun voordeel.

Vertrouwen of teleurstelling in God

Zoveel mensen zijn teleurgesteld in God. Wat is een teleurstelling in iemand? Dat is dat hij/zij jouw verwachtingen niet heeft waargemaakt. Dat betekent dat er óf iets mis is met God, óf met jouw verwachtingen van Hem. Optie 1 lijkt me per definitie niet juist dus stel ik dat elke teleurstelling in God het gevolg is van verkeerde verwachtingen; die moet je dus bijstellen. Paulus verwachtte geen verlichting van zijn lasten, ging niet in zijn autoriteit staan om bevrijding te proclameren, maar deed gewoon wat God hem te doen heeft gegeven: vertellen over Jezus waar hij is. Paulus kón niet teleurgesteld raken in God omdat hij geen onterechte verwachtingen had. Hij vertrouwde alleen dat het evangelie doorgang zou vinden, hoe dan ook, door wie dan ook. En zo kon dit hele voorval juist positief werken voor het vertrouwen van de kerk in God. De vraag aan iedereen die zegt dat hij God vertrouwt is dus: “Waar vertrouw je op dat God zal doen?”

God zorgt toch ook goed voor zijn kinderen?

Oké, tijd voor de hardnodig nuance. Wat ik nu het lastige vind is hoe we dit moeten rijmen met het feit dat God een Vader is die het beste met Zijn kinderen voorheeft, die zo veel van iedereen individueel houdt. Er staat toch ook dat we ons geen zorgen moeten maken om wat we zullen eten, waar we ons mee kleden en of we onderdak hebben? (Mat 6). God weet wat we nodig hebben nog voor we Hem erom vragen. Over het algemeen - daar ben ik van overtuigd - wil Hij ons levend, gezond en gelukkig hebben. Hoe matcht dit nu allemaal met het haast ongevoelige en onpersoonlijke wat we in Filippenzen 1 lezen? Ik denk dat we deze verschillende, haast tegengestelde, bijbelgedeelten moeten interpreteren in elkaars licht en met elkaar moeten balanceren. En vergeet ook niet dat de realiteit van het leven bepaalde interpretaties vrij onmogelijk maken. Het feit is dat toegewijde christenen vandaag verhongeren, gevangen gezet worden en worden vermoord. Dit laat maar 2 opties over: Eén: zij geloofden of baden allemaal niet genoeg of verkeerd. Of twee: God garandeert niet dat een goed christen genoeg te eten heeft met altijd kleding en onderdak en nooit gevangengezet of vermoord zal worden. Dan, als God die garantie niet geeft, waarom zouden we dan vertrouwen dat Hij ons zal redden in enig andere dimensie dan onze redding in eeuwige context? Heel logisch en toegestaan dat we bidden of ons deze verschrikkelijke dingen bespaart zullen blijven, en natuurlijk redt God daadwerkelijk regelmatig mensen hiervan; het enige waar ik je voor waarschuw is dat er geen garanties zijn voor je omstandigheden in je leven op aarde.
Het is alsof Gods eerste prioriteit is dat Zijn Koninkrijk gevestigd wordt, en Zijn tweede prioriteit dat het aardse leven van de individuen in dat Koninkrijk lang en welvarend zal zijn. Er is een significante overlap tussen deze twee prioriteiten, maar ook een duidelijk gebied waarin ze conflicteren, zoals hier in Paulus’ gevangenschap.

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

maandag 20 mei 2019

De Geest als aanbetaling

Gods kracht in lijden

2 Korinthiërs 5 wordt voorafgegaan door een gedeelte waarin Paulus benadrukt dat zij als apostelen een enorme hoeveelheid lijden te verduren hebben. Ze houden hierin stand en ze verzaken hun plicht niet. Ook al wordt hun uiterlijke bestaan kapot gemaakt, hun innerlijke mens wordt juist vernieuwd en wordt steeds sterker! Paulus noemt al die ellende een “geringe last die we tijdelijk te dragen hebben”. Die last draagt hij van harte, want het resulteert in een eeuwige glorie die alles overtreft!
Hoe doet hij dat toch? Zo positief zijn onder zware tegenslag. Het is weer een combinatie van Gods werk en eigen inspanning. Aan de ene kant zegt hij: “Het moet duidelijk zijn dat deze overweldigende kracht [waardoor wij alles kunnen doorstaan] niet van onszelf is maar van God”. En aan de andere kant is zijn eigen inbreng hierin een doelgerichtheid met een focus op de onzichtbare en eeuwige dingen, waarbij hij zich niet richt op het zichtbare en tijdelijke.

Paulus kent een spanning tussen de realiteit van het leven op aarde, en de hoop op het leven hierna. Hij noemt zijn leven nu als het bivakkeren in een aardse tent. Deze tent is tijdelijk, niet plaatsgebonden, kent geen luxe, en het slijt. Na zijn dood zal hij echter leven in een echt permanent huis bij God. Een eeuwig huis. In elk opzicht is dat beter, dus waarom zou je niet meteen naar dat prachtige huis over willen gaan?
De constatering is dat je niet zozeer verlangt naar het einde van dit leven, maar dat je verlangt naar het einde van het lijden; dat je eeuwig lichaam nu al wordt gegeven in het huidige leven. Doorgaan in dit bestaan, maar dan zonder lijden, is wat we graag willen.
Wij moeten echter nog in deze aardse tent blijven, dus heeft God ons klaargemaakt voor het leven in de aardse tent inclusief het lijden dat daaraan inherent is. In plaats van ons meteen alles te geven waarop we hopen, krijgen we van God alvast een aanbetaling; de heilige Geest.

Heel belangrijk is de vertaling van het Griekse woord “arrabon”. Het wordt op slechts 3 plaatsen gebruikt in de bijbel: 2 Kor 1:22, 2 Kor 5:5 en Ef 1:14. Ik weet niet waarom veel Nederlandse vertalingen het woord “onderpand” gebruiken in plaats van “aanbetaling”, aangezien de letterlijke Strong’s definitie veel meer overeenkomt met “aanbetaling: “earnest (a part of the payment, given in advance as a security that the whole will be paid afterwards.)”. Het is een groot verschil of je de Geest zien als onderpand of als aanbetaling.

Een onderpand is een zekerheid voor de verstrekker van een product zodat als de koper/lener zich niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, de verstrekker het onderpand mag houden ter compensatie. Zo is het onderpand voor een hypothecaire lening het huis wat ermee gekocht is. Mocht de huiseigenaar de lening niet kunnen aflossen, is het huis van de bank, simpel gezegd.
Het zou erg vreemd zijn als de gave van de Geest als onderpand wordt omschreven: Dit zou impliceren dat wij God iets uitlenen, en dat wij de Geest als onderpand mogen houden, stel dat God zich niet aan Zijn aflossingsverplichtingen kan houden. Dat klopt van geen kant.

Aanbetaling

Een aanbetaling is ook een zekerheid voor de verstrekker van het product, maar dan juist als een belofte dat de volledige koopsom in de toekomst zal worden overgedragen. Het laat zien dat de kopende partij toegewijd is de deal te laten slagen, en dat hij er op voorhand al in wil investeren. Binnenkort laten wij wat aan ons huis verbouwen. Dan moeten wij al 10% van de totale verbouwingskosten overmaken aan de aannemer. Hiermee tonen wij vertrouwen dat de aannemer z’n werk goed zal doen, en vragen we vertrouwen dat we de rest zullen overmaken nadat de klus geklaard is.
Dit is hoe het zit met de Geest, in ons huidige, met lijden vervulde leven. Wijzelf zijn het product; God koopt ons. Wij zijn echter nog niet volledig met Hem, want zolang we in deze aardse tent, ons sterfelijke lichaam, wonen, wonen we nog “ver van de Heer” (2 Kor 5:4). In die zin is de Geest ons gegeven als voorproefje, een klein deel van wat God belooft heeft ons nog te gaan geven.

Wat is dan onze inbreng in de deal? Dat is ons leven. De reden dat wie tot geloof komt niet meteen in de hemel wordt opgenomen is omdat God onze opdrachtgever is die nog een klus voor ons heeft op aarde, in zekere zin zoals ik de opdrachtgever ben van de aannemer die ons huis gaat verbouwen. God doet de aanbetaling van de Geest en verwacht van ons dat wij ons inspannen voor Hem. Als de klus geklaard is, zullen wij dan ook eerlijk betaald krijgen naar onze inspanning (2 Kor 5:9-10, 1 Kor 3:10-15, Luk 19). Dit is niet een vraag of je goed genoeg bent om de hemel in te mogen, of je genoeg karma hebt opgebouwd op aarde. Maar in zekere zin is dit wel een uitbetaling in hemelpunten. Wij zullen niet allemaal gelijk zijn in de hemel. Het is geen volledig egalitaire samenleving maar er zal een rechtvaardige hiërarchie zijn waarin sommigen het bestuur krijgen over 10 steden en sommigen over 1 stad (Luk 19). Een ieder krijgt van hij verdient. Er is dus wel degelijk een beloning naar je daden. Gods genade stelt ons in staat de hemel te betreden, en onze daden bepalen onze positie in de hemel. De beloning waarover Paulus spreekt is voor iedereen de verlossing van de zonde en het sterfelijk bestaan (Ef 1:13-14), en daar bovenop een resultaatafhankelijke bonus.

Hoe is dit tekstgedeelte van 2 Kor 5 nu praktisch relevant, in het licht van de Geest als aanbetaling?

  1. Als de heilige Geest een aanbetaling is, dan wordt er van ons ook een inspanning verwacht, waar onze uiteindelijke beloning van zal afhangen. Je weet dus dat het nog zin heeft in je “aardse tent” te blijven, in het met lijden vervulde leven, omdat God nog een klus voor ons heeft. Deze klus kunnen we klaren juist door deze aanbetaling te gebruiken: door de kracht van de heilige Geest en met je karakter dat door de Geest gesterkt wordt.
  2. De heilige Geest als aanbetaling bewijst Gods toewijding voor de uiteindelijke deal in de toekomst: De verlossing van de zonde en het lijden. We zijn verzegeld met de Geest en dat geeft ons het vertrouwen dat wij echt bij God horen; Hij zal het niet bij een aanbetaling laten.
  3. Het is logisch dat je Gods kracht en nabijheid nog niet volledig merkt in je leven. Het is te verwachten dat je Zijn stem niet zo goed verstaat. Paulus schrijft “Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.” Er is niets mis met je als je God niet zo vaak ervaart, als je het lastig vindt Zijn leiding te vinden. Er is niets mis met je als je lijdt en niet happy-clappy kunt zijn. Je woont namelijk nu nog ver van de Heer.
    Wie zoals Paulus in zijn “aardse tent zucht onder een zware last” moeten wij niet zo naïef denken te bemoedigen met gedecontextualiseerde zinnen als “In Christus ben je meer dan overwinnaar” want lijden hoort bij dit leven in je aardse tent! De verlossing en de volheid van onze relatie met God moeten nog komen.


The best is yet to come.

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

dinsdag 3 juli 2018

3 aanbiddingskillers

Iedere zondagmorgen als we als kerk samenkomen zingen we liederen om God te eren en te aanbidden. En hoewel aanbidding veel meer omvat dan zingen, wil ik in dit artikeltje inzoomen op God aanbidden door middel van zang.
Er zijn mensen die prachtig kunnen zingen maar grote moeite hebben met God aanbidden, waar anderen die niet goed kunnen zingen veel verder zijn op het vlak van aanbidding. Je zangtalent heeft, zoals we hopelijk weten, niets te maken met de kwaliteit van je aanbidding naar God.

Ik merk dat er veel obstakels zijn om God echt te aanbidden tijdens een bijeenkomst met andere gelovigen. Dit merk ik in de eerste plaats bij mezelf, en daarnaast ook bij anderen. Wat mij betreft zijn er drie hoofdcategorieen van deze "aanbiddingskillers" die allemaal je eigen verantwoordelijkheid zijn. Het speelt zich af tussen je oren; het heeft te maken met je mindset en je gedachten.

Gedachten over wat anderen van je vinden

De eerste categorie afleidende gedachten zijn gedachten over jezelf ten opzichte van anderen en hun mening, in plaats van gedachten over God. Ik kon vroeger heel goed mezelf aanpassen om precies niet op te vallen in de groep en te doen wat wenselijk is. Net enthousiast genoeg zingen om niet voor passief aangezien te worden, maar zeker niet een hand in de lucht als ik me daarmee bij de minderheid voegde.

"Ik kan echt niet zingen, dus ik zing maar zacht. Vooral bij dat hoge refrein houd ik maar m'n mond. Hopelijk horen anderen me niet.", zo denken sommigen.
Ik kan zelf aardig zingen, maar toch, als ik iemand heel hard heel vals God hoor eren, heb ik juist bewondering voor die persoon want hij/zij heeft iets wat ik meer wil leren: de toewijding aan God om Hem te aanbidding ongeacht wat anderen van je vinden.
Anderzijds is er het risico je aandacht op jezelf te richten door te zo bezig te zijn met mooi te zingen en een prachtige tweede stem te laten klinken, dat je helemaal niet meer bezig bent met de inhoud van het lied. Soms kan er een heel refrein voorbij gaan zonder dat ik bewust met de inhoud van het lied ben bezig geweest.
"Moet ik nu staan of zitten? 1 of 2 handen in de lucht? Klappen of knielen?"
Lichamelijke uitingen kunnen heel nuttig zijn om je meer naar God te uiten. Knielen is een natuurlijke houding om in nederige overgave te zingen, en staande of springend met de armen in de lucht kan helpen een uitbundig loflied kracht bij te zetten. Maar deze uitingen zijn er juist om je te helpen je inhoudelijk op God te richten. Heel cheesy gezegd gaat het er niet om of je lichaam springt, maar of je hart voor God springt.

Gedachten over de muziek

Deze is, denk ik, vooral lastig voor muzikale mensen. "Zo hé, kun je dit nummer nóg langzamer spelen? De officiële uitvoering is veel sneller". Het is heel moeilijk het niet op te merken als een nummer anders (naar jouw mening minder goed) wordt gespeeld dan hoe 'het hoort', en vaak komt zo'n gedachte al naar boven voor je er erg in hebt. En dan ben je 'uit aanbidding'...
Een goede bekende van mij uit een 'orgel-kerk' zegt dat het daarom dus niet goed is zoveel instrumenten de kerk in te halen; het leidt af. Wat zo iemand misschien vergeet, is dat zelfs bij a capella zang (een vorm die gebruikt werd in de kerk waar ik opgegroeid ben) het mogelijk is je te laten afleiden door elkaars muziek. God heeft muziek gegeven als een middel voor het doel van aanbidding. We moeten leren daar op die manier over te denken. Als het toch eens zou lukken zó onze aandacht op Jezus te richten dat we de muzikale tekortkomingen niet meer horen... Zo werd er laatst op het podium gezegd dat het volgende couplet alleen de vrouwen moesten zingen, maar een man die bij me in de buurt stond was zo met z'n gedachten bij God dat hij keihard door bleef zingen; prachtig en inspirerend voorbeeld!

Zorgelijke gedachten

"En met diiieeep ontzag, aanbid.. 'hè bah, ik had de kip uit de vriezer moeten halen voor vanavond' ". Heel vervelend als zulke gedachten zich opdringen. Aanbidding en zorgen gaan namelijk niet samen: het één richt zich op een heilige God, en het ander op dagelijkse beslommeringen die volgens God als distels zijn die Gods woorden belemmeren te wortelen in je.
Dat ene uur per week dat je met de hele gemeente samen zingt voor God moet je volledig aan Hem wijden. Besluit dat geen enkele gedachte is toegestaan die van God afleidt. Dat begint al 's ochtends aan het ontbijt, en onderweg naar de samenkomst. Kies er bijvoorbeeld voor je telefoon ruim voor de dienst uit te zetten en onderweg goede muziek te luisteren. Gun je gedachten de tijd om te kalmeren en prioriteit te stellen aan Hem wie je gaat aanbidden.

Het zou mooi zijn als je niets van dit artikel herkent! Als je wel bepaalde aspecten herkent, wat zou je dan voor komende zondag kunnen doen om te groeien in aanbidding?

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

maandag 5 maart 2018

Vergelijken

Ben jij rijk? Deze vraag kun je op verschillende manieren beantwoorden, maar niet zonder eerst een vraag terug te stellen: "Vergeleken met wie?" Rijk is namelijk een relatief begrip.
Iemand met een modaal inkomen die in een dure wijk woont, zal zich misschien vergelijken met z'n buren die wél een tweede auto hebben, of zich een uitbouw konden veroorloven. Die kunnen dan zomaar denken dat ze niet zo rijk zijn. Maar vergeleken met de hele wereld zijn ze belachelijk rijk; Ze zitten bij de top 1,5% rijksten van de wereld! Zelfs iemand die op de Nederlandse armoedegrens leeft, zit bij de top 15% rijksten ter wereld.

Ben je een goed christen? Ook hier zit zo'n vergelijkingswoord in: goed. Al snel zijn we geneigd onszelf te vergelijken met andere christenen om de kwaliteit van ons geloofsleven vast te stellen, en dat is gevaarlijk!

Hoogmoedigheid

Jezus legde eens de situatie voor van een Farizeeër die zichzelf vergeleek met anderen en God dankte dat hij beter is dan "die tollenaar". De houding van die tollenaar is "God, wees mij zondaar genadig".
De Farizeeër wordt hier door Jezus afgebrand omdat hij zichzelf met andere mensen vergeleek en dacht dat het met hem wel in orde is. Hij is hoogmoedig. De tollenaar doet het goed, hij kent Gods maatstaf en concludeert dat hij tekort schiet en Gods genade nodig heeft.
Wie zichzelf met anderen vergelijkt kan onterecht concluderen dat hij goed bezig is, een geloofsheld die meer van Gods zegen verdient dan het gepeupel om hem heen, omdat hij betere prestaties zou leveren voor God. Zelfs al ben je de beste christen van het land, je bent nergens zonder de genade die God je geeft, en er is nog een lange weg te gaan om meer op Jezus te gaan lijken!

Minderwaardigheid

Het tegenovergestelde kan ook gebeuren; Je kijkt om je heen en ziet mensen die zoveel taken doen in de kerk en prachtig kunnen bidden. Anderen zijn zo goed in spreken of het leiden van de aanbidding. Hoe kan God nu blij zijn met mij? En ik zie zoveel blije foto's van iedereen voorbij komen op Facebook, zij zijn vast gelukkiger dan ik.
Het probleem van vergelijken is ten eerste dat mensen vaak alleen de positieve buitenkant laten zien en de tekortkomingen in hun karakter of de ongelukkige momenten niet delen met iedereen. Ten tweede wordt je waarde niet bepaald door je omgeving, maar net zoals in de kunstwereld, door wat de hoogste bieder voor je overheeft: Jezus had alles ervoor over om jou te kopen, toen je nog zondaar was! (Romeinen 5:8)
Dus onafhankelijk van je christelijk level is je waarde oneindig hoog vastgesteld door God zelf.

Redding

Men kan ook onbewust met het idee zitten dat als je gemiddeld christen bent ten opzichte van je eigen gemeente, je dan in ieder geval wel gered bent. Complete onzin; Ik geloof dat er gemeenten zijn waar de "beste" 10% nog niet eens echt reddend geloof heeft en dat in sommige andere gemeenten zelfs de "minst christelijke" volledig in Gods redding staat. Alleen de bijbel geeft objectieve criteria voor je redding.

Te snel tevreden

Als je nog nooit in je directe omgeving Gods bovennatuurlijke kracht hebt gezien, door bijvoorbeeld profetieën, genezingen of bevrijdingen, is de kans groot dat je de afwezigheid ervan als normaal bent gaan beschouwen. Als het normaal is geworden dat er weinig mensen tot geloof komen in je omgeving, kan dat de norm worden. Vergelijken met de omgeving en met het directe verleden kan een foute tevredenheid creëren. Vergelijk eens met het leven van Jezus, op wie we steeds meer moeten lijken. Heb je Johannes 14:12 wel eens gelezen waarin Jezus zegt dat wie in Hem gelooft dezelfde daden kan doen als Hijzelf?
Wat is je norm: je ervaringen tot nu toe of de norm die Jezus geeft?

Ontevreden

"Jezus, ik heb echt veel opgeofferd om voor U te leven. Dan verdien ik toch zeker wel gezondheid, comfort en genoeg rijkdom?" Zoiets klonk de vraag van één van Jezus' leerlingen. Jezus antwoordde met een verhaal waarin de eigenaar van een wijngaard van 's ochtends vroeg tot laat in de middag op verschillende tijdstippen arbeiders inhuurt. Op het einde van de dag krijgen ze allemaal het gelijke, vooraf afgesproken, loon uitbetaald. "NIET EERLIJK!", klinkt het bij de arbeiders die het langst moesten werken en zichzelf vergeleken met anderen die uit genade evenveel kregen.
Wat is de clue? God is goed. Zó goed dat Hij iedereen meer geeft dan verdiend. Hij heeft het volste recht Zijn genade onevenredig te verdelen en dat moet ons niet minder dankbaar maken voor wat wij onverdiend hebben gekregen.

Ik zou mezelf niet zijn als ik hier geen one-liner bij zou geven, dus hier istie dan:

"Ga niet vergelijken met andere christenen, maar ga ver om te lijken op Christus."

Laten we stoppen met vergelijken en in plaats daarvan God zelf de maatstaf laten zijn waaraan we ons meten, zoals staat in Jakobus 1:25
Wie zich spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, ..., hem valt geluk te deel, juist om wat hij doet.

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

zaterdag 27 januari 2018

Gij zult Gods naam niet ijdel gebruiken?

Het derde gebod


"Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn nam ijdel gebruikt".
Ik heb geleerd dat dit betekent dat je niet met "God" of "Jezus" mag schelden. En een uitspraak als "O mijn god" zou hier ook onder vallen. Nu denk ik dat er veel meer mee wordt bedoeld dan slechts onnodig het woord "God" of "Jezus" gebruiken.

De 10 geboden, zoals we ze lezen in Exodus 20, zijn uitgebreider gegeven dan slechts "Doe dit niet" of "Doe dat". Bij sommige geboden staat er een extra uitleg achter, en bij het eren van je vader en moeder wordt ons een belofte meegegeven.
Het derde gebod, over de naam van JHWH, krijgt een extra nadruk "want JHWH zal wie Zijn naam ijdel gebruikt niet onschuldig houden". Alsof dit gebod zwaarder telt dan anderen...
Dat zet aan het denken. Waarom zou God het zo erg vinden als iemand Zijn naam "ijdel gebruikt"? Zeker in verhouding tot scheiden, stelen en moord zou dit toch minder erg moeten zijn?

Laten we kijken wat dit gebod betekent aan de hand van de 3 belangrijkste woorden van die zin.

Gods naam / Shem Yahweh


Er staat de "naam JHWH, uw God" niet ijdel te gebruiken. 
Ten eerste: "God" is geen naam maar een titel. Zijn naam is JHWH, dus als je dit uitlegt als letterlijk de naam van God in je woorden gebruiken, zou "O mijn god" geen enkel probleem moeten zijn. En niemand gebruikt die zin met Gods echte naam, dus hoe moeten we het gebod wel uitleggen?
Als de bijbel het heeft over de "naam" van JHWH, wordt vaak, naast Zijn daadwerkelijke aan ons geleerde naam, Zijn reputatie bedoeld. Zoals wij ook de uitdrukking hebben "naam maken voor jezelf", en "naamsbekendheid" hebben.

Dragen / Nasa


Het Hebreeuwse woord, nasa, dat wij in het derde gebod vertalen met "gebruiken" is een vrij algemeen werkwoord. Het wordt het vaakst vertaald met optillen of dragen. Voorbeelden van het gebruik van nasa zijn Kaïn die zei dat hij zijn straf te zwaar vindt om te dragen, de ark die werd opgetild op het water, je ogen of je stem opheffen, en deze is nog de meest boeiende, want hierin zien we de combinatie van "nasa" met "shem":
Aäron moest de namen van de zonen van Israël dragen op de schouders van z'n priesterpak. Aäron is daarmee een vertegenwoordiger van de stammen naar God toe.
Een letterlijke vertaling zou dus eerder zijn dat we de naam JHWH niet ijdel mogen dragen.

Ijdel / Shav


Dit woord ijdel kennen we met name uit het boek Prediker: "Ijdelheid der ijdelheiden, alles is ijdelheid". De NBV vertaalt het best mooi in hedendaagse woorden: "Luch en leegte, alles is leegte".

Het woord "ijdel" in het derde gebod is echter een ander woord. Dit Hebreeuwse woord, shav, betekent niet alleen iets wat leeg is, maar er zit zelfs een element van bedrog in. Het wordt bijvoorbeeld toegepast op het afleggen van een vals getuigenis. Ook worden afgoden ermee omschreven. Ze zijn nietsdoende afgoden die zich bedrieglijk voordoen alsof ze wel wat zijn.

Naamsdragers van JHWH


Als we naar de letterlijke vertaling kijken van het derde gebod, zullen we dus iets lezen als: 

"Draag de naam JHWH niet bedrieglijk leeg" 

Vrijer vertaald zou je zelfs kunnen zeggen "Waag het niet God verkeerd te vertegenwoordigen!". God laat zeker niet ongestraft wie dat wél doet, want het is een ernstige zaak! Wat zou dit dan allemaal inhouden?
Wie zich Christen noemt, maar niet positief bouwt aan de reputatie van Christus, draagt Gods naam onterecht, leeg en vals. 
Wie zijn de schenders van gebod 3? Dat is die klasgenoot die zegt christen te zijn, maar ondertussen wel scheld, roddelt en pest. Dat is de collega die openlijk bidt voor z'n lunch om vervolgens de kantjes er vanaf te lopen bij z'n werk en niet om te zien naar z'n onpopulaire collega, en de bestuurder van de auto met het Ichtus-visje die zonder knipperlicht met 130 km/h anderen inhaalt waar 100 km/h is toegestaan. Dit is daadwerkelijk de reden dat veel ongelovigen Jezus en de kerk geeneens een kans geven, want de christenen die ze kennen hebben de reputatie (naam) van God geweld aangedaan. 
Laatst leerde ik iemand kennen; Die persoon was verbaasd dat ik christen ben want "jij bent vrolijk en veroordeelt mij niet". Wat een negatief beeld van christenen was daar onstaan! Hopelijk heb ik daar iets aan kunnen veranderen ten goede!

Hoe gaaf is het ook dat sommigen juist tot geloof komen doordat hun interesse in Christus is gewekt door Christenen die een goed getuigenis afleggen van wie hun God is! Daar ligt voor ons, naamsdragers van Christus, dan ook de uitdaging! Laten we overal waar we komen bouwen aan de naam van JWHW door te doen wat Jezus deed, als Zijn leerling.



Edit: Op 19 maart 2020 heeft BibleProject in zijn podcast Dr. Carmen Imes uitgenodigd voor een gesprek precies over dit gebod. Zij heeft hier zelfs een heel boek over geschreven en kwam tot dezelfde conclusie over de diepere betekenis van het derde gebod. Zoek het op in je favoriete podcast app!

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

zondag 3 december 2017

Teksten over de doop

Matteüs 28:19-20 
Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Marcus 16:16 
Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.

Lucas 3: 15-16, 21-22
Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de Messias was, maar Johannes zei tegen hen: “Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur...
Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer 30 jaar was.

Johannes 1:33
Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: 'Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.'

Johannes 3:5
“Hoe kan iemand geborden worden als hij al oud is?” vroeg Nikodemos. “Hij kan toch niet voor een tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?”
Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest.’

Johannes 3:26,30
(Leerlingen van Johannes tegen Johannes) “Rabbi, de mand ie bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!...
(Antwoord Johannes) “Hij moet groter worden en ik kleiner”.

Johannes 4:1-3
Toen Jezus hoorde dat aan de Farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er meer doopte dan Johannes, verliet hij Judea en ging weer naar Galilea.

Handelingen 2:38,41
Petrus antwoordde: 'Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden.'...
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zicht dopen: op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.

Handelingen 8:34-38
De eunuch vroeg aan Filippus: “Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?” Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam. Onderwerg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: “Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?” “Als je gelooft met heel je hart, is het toegestaan”. Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte.

Handelingen 16:32-33
Ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde. Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt.

Handelingen 18:8
En veel Korinthiërs die Paulus hadden gehoord gingen over tot het geloof en lieten zich dopen.

Handelingen 22:16 
Ananias zei tegen Saulus: “De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om je zijn wil bekend te maken, om de Rechtvaardige te zien en hem te horen spreken, want je zult zijn getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gezien en gehoord hebt. Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.

Romeinen 6:3-7
Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? Wij zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen zij ook delen in Zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is wettelijk vrij van de zonde.

1 Korintiërs 12:13
Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.

Galaten 3:26-27 
Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.

Kolossenzen 2:12
Toen u gedoopt werd, bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.

1 Petrus 3:21 
In de ark werden slechts ankele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus.
Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

Liefde voor je naaste als jezelf (Liefde deel 3/4)

We zijn deze serie over liefde begonnen (link) met het opbouwen van een definitie. Hierin stelden we dat liefde is...:  "Ik kies te do...