maandag 20 mei 2019

De Geest als aanbetaling

Gods kracht in lijden

2 Korinthiërs 5 wordt voorafgegaan door een gedeelte waarin Paulus benadrukt dat zij als apostelen een enorme hoeveelheid lijden te verduren hebben. Ze houden hierin stand en ze verzaken hun plicht niet. Ook al wordt hun uiterlijke bestaan kapot gemaakt, hun innerlijke mens wordt juist vernieuwd en wordt steeds sterker! Paulus noemt al die ellende een “geringe last die we tijdelijk te dragen hebben”. Die last draagt hij van harte, want het resulteert in een eeuwige glorie die alles overtreft!
Hoe doet hij dat toch? Zo positief zijn onder zware tegenslag. Het is weer een combinatie van Gods werk en eigen inspanning. Aan de ene kant zegt hij: “Het moet duidelijk zijn dat deze overweldigende kracht [waardoor wij alles kunnen doorstaan] niet van onszelf is maar van God”. En aan de andere kant is zijn eigen inbreng hierin een doelgerichtheid met een focus op de onzichtbare en eeuwige dingen, waarbij hij zich niet richt op het zichtbare en tijdelijke.

Paulus kent een spanning tussen de realiteit van het leven op aarde, en de hoop op het leven hierna. Hij noemt zijn leven nu als het bivakkeren in een aardse tent. Deze tent is tijdelijk, niet plaatsgebonden, kent geen luxe, en het slijt. Na zijn dood zal hij echter leven in een echt permanent huis bij God. Een eeuwig huis. In elk opzicht is dat beter, dus waarom zou je niet meteen naar dat prachtige huis over willen gaan?
De constatering is dat je niet zozeer verlangt naar het einde van dit leven, maar dat je verlangt naar het einde van het lijden; dat je eeuwig lichaam nu al wordt gegeven in het huidige leven. Doorgaan in dit bestaan, maar dan zonder lijden, is wat we graag willen.
Wij moeten echter nog in deze aardse tent blijven, dus heeft God ons klaargemaakt voor het leven in de aardse tent inclusief het lijden dat daaraan inherent is. In plaats van ons meteen alles te geven waarop we hopen, krijgen we van God alvast een aanbetaling; de heilige Geest.

Heel belangrijk is de vertaling van het Griekse woord “arrabon”. Het wordt op slechts 3 plaatsen gebruikt in de bijbel: 2 Kor 1:22, 2 Kor 5:5 en Ef 1:14. Ik weet niet waarom veel Nederlandse vertalingen het woord “onderpand” gebruiken in plaats van “aanbetaling”, aangezien de letterlijke Strong’s definitie veel meer overeenkomt met “aanbetaling: “earnest (a part of the payment, given in advance as a security that the whole will be paid afterwards.)”. Het is een groot verschil of je de Geest zien als onderpand of als aanbetaling.

Een onderpand is een zekerheid voor de verstrekker van een product zodat als de koper/lener zich niet aan zijn verplichtingen kan voldoen, de verstrekker het onderpand mag houden ter compensatie. Zo is het onderpand voor een hypothecaire lening het huis wat ermee gekocht is. Mocht de huiseigenaar de lening niet kunnen aflossen, is het huis van de bank, simpel gezegd.
Het zou erg vreemd zijn als de gave van de Geest als onderpand wordt omschreven: Dit zou impliceren dat wij God iets uitlenen, en dat wij de Geest als onderpand mogen houden, stel dat God zich niet aan Zijn aflossingsverplichtingen kan houden. Dat klopt van geen kant.

Aanbetaling

Een aanbetaling is ook een zekerheid voor de verstrekker van het product, maar dan juist als een belofte dat de volledige koopsom in de toekomst zal worden overgedragen. Het laat zien dat de kopende partij toegewijd is de deal te laten slagen, en dat hij er op voorhand al in wil investeren. Binnenkort laten wij wat aan ons huis verbouwen. Dan moeten wij al 10% van de totale verbouwingskosten overmaken aan de aannemer. Hiermee tonen wij vertrouwen dat de aannemer z’n werk goed zal doen, en vragen we vertrouwen dat we de rest zullen overmaken nadat de klus geklaard is.
Dit is hoe het zit met de Geest, in ons huidige, met lijden vervulde leven. Wijzelf zijn het product; God koopt ons. Wij zijn echter nog niet volledig met Hem, want zolang we in deze aardse tent, ons sterfelijke lichaam, wonen, wonen we nog “ver van de Heer” (2 Kor 5:4). In die zin is de Geest ons gegeven als voorproefje, een klein deel van wat God belooft heeft ons nog te gaan geven.

Wat is dan onze inbreng in de deal? Dat is ons leven. De reden dat wie tot geloof komt niet meteen in de hemel wordt opgenomen is omdat God onze opdrachtgever is die nog een klus voor ons heeft op aarde, in zekere zin zoals ik de opdrachtgever ben van de aannemer die ons huis gaat verbouwen. God doet de aanbetaling van de Geest en verwacht van ons dat wij ons inspannen voor Hem. Als de klus geklaard is, zullen wij dan ook eerlijk betaald krijgen naar onze inspanning (2 Kor 5:9-10, 1 Kor 3:10-15, Luk 19). Dit is niet een vraag of je goed genoeg bent om de hemel in te mogen, of je genoeg karma hebt opgebouwd op aarde. Maar in zekere zin is dit wel een uitbetaling in hemelpunten. Wij zullen niet allemaal gelijk zijn in de hemel. Het is geen volledig egalitaire samenleving maar er zal een rechtvaardige hiërarchie zijn waarin sommigen het bestuur krijgen over 10 steden en sommigen over 1 stad (Luk 19). Een ieder krijgt van hij verdient. Er is dus wel degelijk een beloning naar je daden. Gods genade stelt ons in staat de hemel te betreden, en onze daden bepalen onze positie in de hemel. De beloning waarover Paulus spreekt is voor iedereen de verlossing van de zonde en het sterfelijk bestaan (Ef 1:13-14), en daar bovenop een resultaatafhankelijke bonus.

Hoe is dit tekstgedeelte van 2 Kor 5 nu praktisch relevant, in het licht van de Geest als aanbetaling?

  1. Als de heilige Geest een aanbetaling is, dan wordt er van ons ook een inspanning verwacht, waar onze uiteindelijke beloning van zal afhangen. Je weet dus dat het nog zin heeft in je “aardse tent” te blijven, in het met lijden vervulde leven, omdat God nog een klus voor ons heeft. Deze klus kunnen we klaren juist door deze aanbetaling te gebruiken: door de kracht van de heilige Geest en met je karakter dat door de Geest gesterkt wordt.
  2. De heilige Geest als aanbetaling bewijst Gods toewijding voor de uiteindelijke deal in de toekomst: De verlossing van de zonde en het lijden. We zijn verzegeld met de Geest en dat geeft ons het vertrouwen dat wij echt bij God horen; Hij zal het niet bij een aanbetaling laten.
  3. Het is logisch dat je Gods kracht en nabijheid nog niet volledig merkt in je leven. Het is te verwachten dat je Zijn stem niet zo goed verstaat. Paulus schrijft “Dus wij blijven altijd vol goede moed, ook al weten we dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.” Er is niets mis met je als je God niet zo vaak ervaart, als je het lastig vindt Zijn leiding te vinden. Er is niets mis met je als je lijdt en niet happy-clappy kunt zijn. Je woont namelijk nu nog ver van de Heer.
    Wie zoals Paulus in zijn “aardse tent zucht onder een zware last” moeten wij niet zo naïef denken te bemoedigen met gedecontextualiseerde zinnen als “In Christus ben je meer dan overwinnaar” want lijden hoort bij dit leven in je aardse tent! De verlossing en de volheid van onze relatie met God moeten nog komen.


The best is yet to come.

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

dinsdag 3 juli 2018

3 aanbiddingskillers

Iedere zondagmorgen als we als kerk samenkomen zingen we liederen om God te eren en te aanbidden. En hoewel aanbidding veel meer omvat dan zingen, wil ik in dit artikeltje inzoomen op God aanbidden door middel van zang.
Er zijn mensen die prachtig kunnen zingen maar grote moeite hebben met God aanbidden, waar anderen die niet goed kunnen zingen veel verder zijn op het vlak van aanbidding. Je zangtalent heeft, zoals we hopelijk weten, niets te maken met de kwaliteit van je aanbidding naar God.

Ik merk dat er veel obstakels zijn om God echt te aanbidden tijdens een bijeenkomst met andere gelovigen. Dit merk ik in de eerste plaats bij mezelf, en daarnaast ook bij anderen. Wat mij betreft zijn er drie hoofdcategorieen van deze "aanbiddingskillers" die allemaal je eigen verantwoordelijkheid zijn. Het speelt zich af tussen je oren; het heeft te maken met je mindset en je gedachten.

Gedachten over wat anderen van je vinden

De eerste categorie afleidende gedachten zijn gedachten over jezelf ten opzichte van anderen en hun mening, in plaats van gedachten over God. Ik kon vroeger heel goed mezelf aanpassen om precies niet op te vallen in de groep en te doen wat wenselijk is. Net enthousiast genoeg zingen om niet voor passief aangezien te worden, maar zeker niet een hand in de lucht als ik me daarmee bij de minderheid voegde.

"Ik kan echt niet zingen, dus ik zing maar zacht. Vooral bij dat hoge refrein houd ik maar m'n mond. Hopelijk horen anderen me niet.", zo denken sommigen.
Ik kan zelf aardig zingen, maar toch, als ik iemand heel hard heel vals God hoor eren, heb ik juist bewondering voor die persoon want hij/zij heeft iets wat ik meer wil leren: de toewijding aan God om Hem te aanbidding ongeacht wat anderen van je vinden.
Anderzijds is er het risico je aandacht op jezelf te richten door te zo bezig te zijn met mooi te zingen en een prachtige tweede stem te laten klinken, dat je helemaal niet meer bezig bent met de inhoud van het lied. Soms kan er een heel refrein voorbij gaan zonder dat ik bewust met de inhoud van het lied ben bezig geweest.
"Moet ik nu staan of zitten? 1 of 2 handen in de lucht? Klappen of knielen?"
Lichamelijke uitingen kunnen heel nuttig zijn om je meer naar God te uiten. Knielen is een natuurlijke houding om in nederige overgave te zingen, en staande of springend met de armen in de lucht kan helpen een uitbundig loflied kracht bij te zetten. Maar deze uitingen zijn er juist om je te helpen je inhoudelijk op God te richten. Heel cheesy gezegd gaat het er niet om of je lichaam springt, maar of je hart voor God springt.

Gedachten over de muziek

Deze is, denk ik, vooral lastig voor muzikale mensen. "Zo hé, kun je dit nummer nóg langzamer spelen? De officiële uitvoering is veel sneller". Het is heel moeilijk het niet op te merken als een nummer anders (naar jouw mening minder goed) wordt gespeeld dan hoe 'het hoort', en vaak komt zo'n gedachte al naar boven voor je er erg in hebt. En dan ben je 'uit aanbidding'...
Een goede bekende van mij uit een 'orgel-kerk' zegt dat het daarom dus niet goed is zoveel instrumenten de kerk in te halen; het leidt af. Wat zo iemand misschien vergeet, is dat zelfs bij a capella zang (een vorm die gebruikt werd in de kerk waar ik opgegroeid ben) het mogelijk is je te laten afleiden door elkaars muziek. God heeft muziek gegeven als een middel voor het doel van aanbidding. We moeten leren daar op die manier over te denken. Als het toch eens zou lukken zó onze aandacht op Jezus te richten dat we de muzikale tekortkomingen niet meer horen... Zo werd er laatst op het podium gezegd dat het volgende couplet alleen de vrouwen moesten zingen, maar een man die bij me in de buurt stond was zo met z'n gedachten bij God dat hij keihard door bleef zingen; prachtig en inspirerend voorbeeld!

Zorgelijke gedachten

"En met diiieeep ontzag, aanbid.. 'hè bah, ik had de kip uit de vriezer moeten halen voor vanavond' ". Heel vervelend als zulke gedachten zich opdringen. Aanbidding en zorgen gaan namelijk niet samen: het één richt zich op een heilige God, en het ander op dagelijkse beslommeringen die volgens God als distels zijn die Gods woorden belemmeren te wortelen in je.
Dat ene uur per week dat je met de hele gemeente samen zingt voor God moet je volledig aan Hem wijden. Besluit dat geen enkele gedachte is toegestaan die van God afleidt. Dat begint al 's ochtends aan het ontbijt, en onderweg naar de samenkomst. Kies er bijvoorbeeld voor je telefoon ruim voor de dienst uit te zetten en onderweg goede muziek te luisteren. Gun je gedachten de tijd om te kalmeren en prioriteit te stellen aan Hem wie je gaat aanbidden.

Het zou mooi zijn als je niets van dit artikel herkent! Als je wel bepaalde aspecten herkent, wat zou je dan voor komende zondag kunnen doen om te groeien in aanbidding?

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

maandag 5 maart 2018

Vergelijken

Ben jij rijk? Deze vraag kun je op verschillende manieren beantwoorden, maar niet zonder eerst een vraag terug te stellen: "Vergeleken met wie?" Rijk is namelijk een relatief begrip.
Iemand met een modaal inkomen die in een dure wijk woont, zal zich misschien vergelijken met z'n buren die wél een tweede auto hebben, of zich een uitbouw konden veroorloven. Die kunnen dan zomaar denken dat ze niet zo rijk zijn. Maar vergeleken met de hele wereld zijn ze belachelijk rijk; Ze zitten bij de top 1,5% rijksten van de wereld! Zelfs iemand die op de Nederlandse armoedegrens leeft, zit bij de top 15% rijksten ter wereld.

Ben je een goed christen? Ook hier zit zo'n vergelijkingswoord in: goed. Al snel zijn we geneigd onszelf te vergelijken met andere christenen om de kwaliteit van ons geloofsleven vast te stellen, en dat is gevaarlijk!

Hoogmoedigheid

Jezus legde eens de situatie voor van een Farizeeër die zichzelf vergeleek met anderen en God dankte dat hij beter is dan "die tollenaar". De houding van die tollenaar is "God, wees mij zondaar genadig".
De Farizeeër wordt hier door Jezus afgebrand omdat hij zichzelf met andere mensen vergeleek en dacht dat het met hem wel in orde is. Hij is hoogmoedig. De tollenaar doet het goed, hij kent Gods maatstaf en concludeert dat hij tekort schiet en Gods genade nodig heeft.
Wie zichzelf met anderen vergelijkt kan onterecht concluderen dat hij goed bezig is, een geloofsheld die meer van Gods zegen verdient dan het gepeupel om hem heen, omdat hij betere prestaties zou leveren voor God. Zelfs al ben je de beste christen van het land, je bent nergens zonder de genade die God je geeft, en er is nog een lange weg te gaan om meer op Jezus te gaan lijken!

Minderwaardigheid

Het tegenovergestelde kan ook gebeuren; Je kijkt om je heen en ziet mensen die zoveel taken doen in de kerk en prachtig kunnen bidden. Anderen zijn zo goed in spreken of het leiden van de aanbidding. Hoe kan God nu blij zijn met mij? En ik zie zoveel blije foto's van iedereen voorbij komen op Facebook, zij zijn vast gelukkiger dan ik.
Het probleem van vergelijken is ten eerste dat mensen vaak alleen de positieve buitenkant laten zien en de tekortkomingen in hun karakter of de ongelukkige momenten niet delen met iedereen. Ten tweede wordt je waarde niet bepaald door je omgeving, maar net zoals in de kunstwereld, door wat de hoogste bieder voor je overheeft: Jezus had alles ervoor over om jou te kopen, toen je nog zondaar was! (Romeinen 5:8)
Dus onafhankelijk van je christelijk level is je waarde oneindig hoog vastgesteld door God zelf.

Redding

Men kan ook onbewust met het idee zitten dat als je gemiddeld christen bent ten opzichte van je eigen gemeente, je dan in ieder geval wel gered bent. Complete onzin; Ik geloof dat er gemeenten zijn waar de "beste" 10% nog niet eens echt reddend geloof heeft en dat in sommige andere gemeenten zelfs de "minst christelijke" volledig in Gods redding staat. Alleen de bijbel geeft objectieve criteria voor je redding.

Te snel tevreden

Als je nog nooit in je directe omgeving Gods bovennatuurlijke kracht hebt gezien, door bijvoorbeeld profetieën, genezingen of bevrijdingen, is de kans groot dat je de afwezigheid ervan als normaal bent gaan beschouwen. Als het normaal is geworden dat er weinig mensen tot geloof komen in je omgeving, kan dat de norm worden. Vergelijken met de omgeving en met het directe verleden kan een foute tevredenheid creëren. Vergelijk eens met het leven van Jezus, op wie we steeds meer moeten lijken. Heb je Johannes 14:12 wel eens gelezen waarin Jezus zegt dat wie in Hem gelooft dezelfde daden kan doen als Hijzelf?
Wat is je norm: je ervaringen tot nu toe of de norm die Jezus geeft?

Ontevreden

"Jezus, ik heb echt veel opgeofferd om voor U te leven. Dan verdien ik toch zeker wel gezondheid, comfort en genoeg rijkdom?" Zoiets klonk de vraag van één van Jezus' leerlingen. Jezus antwoordde met een verhaal waarin de eigenaar van een wijngaard van 's ochtends vroeg tot laat in de middag op verschillende tijdstippen arbeiders inhuurt. Op het einde van de dag krijgen ze allemaal het gelijke, vooraf afgesproken, loon uitbetaald. "NIET EERLIJK!", klinkt het bij de arbeiders die het langst moesten werken en zichzelf vergeleken met anderen die uit genade evenveel kregen.
Wat is de clue? God is goed. Zó goed dat Hij iedereen meer geeft dan verdiend. Hij heeft het volste recht Zijn genade onevenredig te verdelen en dat moet ons niet minder dankbaar maken voor wat wij onverdiend hebben gekregen.

Ik zou mezelf niet zijn als ik hier geen one-liner bij zou geven, dus hier istie dan:

"Ga niet vergelijken met andere christenen, maar ga ver om te lijken op Christus."

Laten we stoppen met vergelijken en in plaats daarvan God zelf de maatstaf laten zijn waaraan we ons meten, zoals staat in Jakobus 1:25
Wie zich spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, ..., hem valt geluk te deel, juist om wat hij doet.

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

zaterdag 27 januari 2018

Gij zult Gods naam niet ijdel gebruiken?

Het derde gebod


"Gij zult de naam van de HERE, uw God, niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig houden wie zijn nam ijdel gebruikt".
Ik heb geleerd dat dit betekent dat je niet met "God" of "Jezus" mag schelden. En een uitspraak als "O mijn god" zou hier ook onder vallen. Nu denk ik dat er veel meer mee wordt bedoeld dan slechts onnodig het woord "God" of "Jezus" gebruiken.

De 10 geboden, zoals we ze lezen in Exodus 20, zijn uitgebreider gegeven dan slechts "Doe dit niet" of "Doe dat". Bij sommige geboden staat er een extra uitleg achter, en bij het eren van je vader en moeder wordt ons een belofte meegegeven.
Het derde gebod, over de naam van JHWH, krijgt een extra nadruk "want JHWH zal wie Zijn naam ijdel gebruikt niet onschuldig houden". Alsof dit gebod zwaarder telt dan anderen...
Dat zet aan het denken. Waarom zou God het zo erg vinden als iemand Zijn naam "ijdel gebruikt"? Zeker in verhouding tot scheiden, stelen en moord zou dit toch minder erg moeten zijn?

Laten we kijken wat dit gebod betekent aan de hand van de 3 belangrijkste woorden van die zin.

Gods naam / Shem Yahweh


Er staat de "naam JHWH, uw God" niet ijdel te gebruiken. 
Ten eerste: "God" is geen naam maar een titel. Zijn naam is JHWH, dus als je dit uitlegt als letterlijk de naam van God in je woorden gebruiken, zou "O mijn god" geen enkel probleem moeten zijn. En niemand gebruikt die zin met Gods echte naam, dus hoe moeten we het gebod wel uitleggen?
Als de bijbel het heeft over de "naam" van JHWH, wordt vaak, naast Zijn daadwerkelijke aan ons geleerde naam, Zijn reputatie bedoeld. Zoals wij ook de uitdrukking hebben "naam maken voor jezelf", en "naamsbekendheid" hebben.

Dragen / Nasa


Het Hebreeuwse woord, nasa, dat wij in het derde gebod vertalen met "gebruiken" is een vrij algemeen werkwoord. Het wordt het vaakst vertaald met optillen of dragen. Voorbeelden van het gebruik van nasa zijn Kaïn die zei dat hij zijn straf te zwaar vindt om te dragen, de ark die werd opgetild op het water, je ogen of je stem opheffen, en deze is nog de meest boeiende, want hierin zien we de combinatie van "nasa" met "shem":
Aäron moest de namen van de zonen van Israël dragen op de schouders van z'n priesterpak. Aäron is daarmee een vertegenwoordiger van de stammen naar God toe.
Een letterlijke vertaling zou dus eerder zijn dat we de naam JHWH niet ijdel mogen dragen.

Ijdel / Shav


Dit woord ijdel kennen we met name uit het boek Prediker: "Ijdelheid der ijdelheiden, alles is ijdelheid". De NBV vertaalt het best mooi in hedendaagse woorden: "Luch en leegte, alles is leegte".

Het woord "ijdel" in het derde gebod is echter een ander woord. Dit Hebreeuwse woord, shav, betekent niet alleen iets wat leeg is, maar er zit zelfs een element van bedrog in. Het wordt bijvoorbeeld toegepast op het afleggen van een vals getuigenis. Ook worden afgoden ermee omschreven. Ze zijn nietsdoende afgoden die zich bedrieglijk voordoen alsof ze wel wat zijn.

Naamsdragers van JHWH


Als we naar de letterlijke vertaling kijken van het derde gebod, zullen we dus iets lezen als: 

"Draag de naam JHWH niet bedrieglijk leeg" 

Vrijer vertaald zou je zelfs kunnen zeggen "Waag het niet God verkeerd te vertegenwoordigen!". God laat zeker niet ongestraft wie dat wél doet, want het is een ernstige zaak! Wat zou dit dan allemaal inhouden?
Wie zich Christen noemt, maar niet positief bouwt aan de reputatie van Christus, draagt Gods naam onterecht, leeg en vals. 
Wie zijn de schenders van gebod 3? Dat is die klasgenoot die zegt christen te zijn, maar ondertussen wel scheld, roddelt en pest. Dat is de collega die openlijk bidt voor z'n lunch om vervolgens de kantjes er vanaf te lopen bij z'n werk en niet om te zien naar z'n onpopulaire collega, en de bestuurder van de auto met het Ichtus-visje die zonder knipperlicht met 130 km/h anderen inhaalt waar 100 km/h is toegestaan. Dit is daadwerkelijk de reden dat veel ongelovigen Jezus en de kerk geeneens een kans geven, want de christenen die ze kennen hebben de reputatie (naam) van God geweld aangedaan. 
Laatst leerde ik iemand kennen; Die persoon was verbaasd dat ik christen ben want "jij bent vrolijk en veroordeelt mij niet". Wat een negatief beeld van christenen was daar onstaan! Hopelijk heb ik daar iets aan kunnen veranderen ten goede!

Hoe gaaf is het ook dat sommigen juist tot geloof komen doordat hun interesse in Christus is gewekt door Christenen die een goed getuigenis afleggen van wie hun God is! Daar ligt voor ons, naamsdragers van Christus, dan ook de uitdaging! Laten we overal waar we komen bouwen aan de naam van JWHW door te doen wat Jezus deed, als Zijn leerling.



Edit: Op 19 maart 2020 heeft BibleProject in zijn podcast Dr. Carmen Imes uitgenodigd voor een gesprek precies over dit gebod. Zij heeft hier zelfs een heel boek over geschreven en kwam tot dezelfde conclusie over de diepere betekenis van het derde gebod. Zoek het op in je favoriete podcast app!

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

zondag 3 december 2017

Teksten over de doop

Matteüs 28:19-20 
Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Marcus 16:16 
Wie gelooft en gedoopt is zal worden gered, maar wie niet gelooft zal worden veroordeeld.

Lucas 3: 15-16, 21-22
Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de Messias was, maar Johannes zei tegen hen: “Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur...
Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ Jezus begon zijn verkondiging toen hij ongeveer 30 jaar was.

Johannes 1:33
Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: 'Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.'

Johannes 3:5
“Hoe kan iemand geborden worden als hij al oud is?” vroeg Nikodemos. “Hij kan toch niet voor een tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?”
Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest.’

Johannes 3:26,30
(Leerlingen van Johannes tegen Johannes) “Rabbi, de mand ie bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!...
(Antwoord Johannes) “Hij moet groter worden en ik kleiner”.

Johannes 4:1-3
Toen Jezus hoorde dat aan de Farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er meer doopte dan Johannes, verliet hij Judea en ging weer naar Galilea.

Handelingen 2:38,41
Petrus antwoordde: 'Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden.'...
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zicht dopen: op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend.

Handelingen 8:34-38
De eunuch vroeg aan Filippus: “Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?” Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam. Onderwerg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de eunuch zei: “Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?” “Als je gelooft met heel je hart, is het toegestaan”. Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte.

Handelingen 16:32-33
Ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde. Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt.

Handelingen 18:8
En veel Korinthiërs die Paulus hadden gehoord gingen over tot het geloof en lieten zich dopen.

Handelingen 22:16 
Ananias zei tegen Saulus: “De God van onze voorouders heeft jou uitgekozen om je zijn wil bekend te maken, om de Rechtvaardige te zien en hem te horen spreken, want je zult zijn getuige zijn en aan alle mensen verkondigen wat je gezien en gehoord hebt. Wat aarzel je dan nog? Sta op, laat je dopen en je zonden wegwassen, terwijl je zijn naam aanroept.

Romeinen 6:3-7
Weet u niet dat wij die gedoopt zijn in Christus Jezus, zijn gedoopt in zijn dood? Wij zijn door de doop in zijn dood met hem begraven om, zoals Christus door de macht van de Vader is opgewekt, een nieuw leven te leiden. Als wij delen in zijn dood, zullen zij ook delen in Zijn opstanding. Immers, we weten dat ons oude bestaan met hem gekruisigd is omdat er een einde moest komen aan ons zondige leven: we mochten niet langer slaven van de zonde zijn. Wie gestorven is, is wettelijk vrij van de zonde.

1 Korintiërs 12:13
Wij zijn allen gedoopt in één Geest en zijn daardoor één lichaam geworden, wij zijn allen van één Geest doordrenkt, of we nu Joden of Grieken zijn, of we nu slaven of vrije mensen zijn.

Galaten 3:26-27 
Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed.

Kolossenzen 2:12
Toen u gedoopt werd, bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt.

1 Petrus 3:21 
In de ark werden slechts ankele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus.
Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

vrijdag 1 december 2017

Wanneer ben je klaar voor de doop?


De vraag van veel in de kerk opgegroeide tieners en jong-volwassenen is "Wanneer ben ik er klaar voor om me te laten dopen?". Hierin hoor ik vaak de angst of ze al goed genoeg zijn, of ze niet nog te veel zonde doen. "Is het hypocriet om je te laten dopen als je er nog zonden zijn waar je maar niet vanaf komt?"

Wat we denken over de doop wordt gevormd door twee verschillende dingen. Ten eerste door wat we om ons heen zien, en ten tweede door wat we erover leren uit de bijbel. Laten we naar allebei kijken.

Wat wij soms denken over de doop (maar wat niet klopt)

Regelmatig is er een doopdienst waarin we getuigenissen horen van de dopelingen. Deze vertellen vaak over hoe ze de volgende stap willen zetten in het geloof door zich te laten dopen. Het zijn vaak mensen die al maanden, zo niet jaren, in Jezus geloven en naar de kerk komen. "Waarom laten ze zich nú dopen, vraag je je af? Ze zullen nu wel goed genoeg christen zijn, en hiervoor nog niet. Waarom zijn ze nu wel goed genoeg? Misschien dat ze veel zijn gegroeid en erg stevig in het geloof staan."
Je kijkt dan nog even goed naar jezelf en bedenkt wat je allemaal nog fout doet; hoe je soms nog roddelt en niet zo makkelijk anderen over Jezus vertelt. "Ik zal er vast nog niet klaar voor zijn", denk je dan misschien.
Dit is wat er veel, verkeerd, gedacht wordt in de kerk:


Er wordt door velen (misschien onbewust) gedacht dat je jezelf christen mag noemen als je redelijk enthousiast bent voor Jezus, en al minder zonde doet dan voordat je tot geloof kwam. Als je dan doorgroeit in het geloof, kun je wat hoger komen in het plaatje (minder zonden doen) en meer naar rechts (iets radicaler worden). Dan ben je op een gegeven moment klaar om je te laten dopen.
Er is alleen 1 probleem met dit plaatje: Het is niet wat de bijbel zegt! Daar vergissen we ons dus soms in.

Wat de bijbel zegt over wanneer je klaar bent voor de doop

Wat zegt de bijbel er dan over? In de bijbel staat alles uitgelegd over de oorsprong van de doop, en wat het precies betekent. Hier gaat het natuurlijk om, wat de bijbel erover zegt, en niet wat anderen zeggen! Maar het lastige is dat de bijbel alleen maar schrijft over mensen die nét tot geloof zijn gekomen, daarvoor nog nooit van Jezus hadden gehoord en niet in de kerk zijn opgegroeid. Dan is het soms lastig dit te vertalen naar jou zelf in de 21e eeuw, misschien wel opgegroeid in de kerk. Toch kunnen we hierin lezen wanneer je klaar bent voor de doop.
Ook staat er wanneer je eigenlijk een christen bent, Jezus stelt namelijk eisen om een leerling van Hem te kunnen zijn. Het gekke is dat die twee vlakken, christen zijn en klaar zijn om je te laten dopen, precies op dezelfde plek zitten volgens de bijbel. Kijk:


Je bent Christen als je in Jezus gelooft, 100% voor Hem leeft en alles voor Hem over hebt. Het maakt niets uit of je nog heel veel moet leren, moet stoppen met schelden, porno kijken, roddelen. Als je dat maar wil veranderen en daar je best voor doet omdat Jezus dat van je vraagt. 
In Luc 14:25-35 zegt Jezus namelijk: 
Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zussen, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.  
... Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn. 
... Wie geen afstand wil doen van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn!
Alle ergste zondaars die zich aan Jezus overgaven, waren welkom! (denk aan Zacheüs) 
Het gaat er dus niet om hoe perfect je al leeft, alleen om of je Jezus belangrijker vindt dan al het andere in je leven.

In het volgende stuk kunnen we lezen hoe lang en hoe goed christen je moet zijn voordat die zich laat dopen:
Een reiziger was het oude testament aan het lezen en vroeg aan Filippus: “Kunt u me zeggen over wie de profeet het heeft? Over zichzelf of over een ander?” Daarop begon Filippus met hem te spreken over het evangelie van Jezus, waarbij hij deze schrifttekst als uitgangspunt nam. Onderwerg kwamen ze bij een plaats waar water was, en de reiziger zei: “Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?” “Als je gelooft met heel je hart, is het oké”. Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de reiziger, waarna Filippus hem doopte.

Ben jij al klaar om je te laten dopen?


Beantwoord nu deze 2 vragen:
  • Hoe lang was die reiziger al christen toen hij zich liet dopen?
  • Hoe perfect leefde hij al?
Het antwoord is dat hij nog geen dag geloofde. Daarom heeft hij geeneens tijd gehad om een beter christen te worden! Hij geloofde in Jezus "met heel zijn hart" en dat is genoeg!
Denk je dat hij na z'n doop nog zondigde? Ik weet zeker van wel. De doop is namelijk eigenlijk je geboorte als christen. Pas na je geboorte hoef je te groeien. Zeggen dat je van je zonde af moet zijn voordat je je laat dopen is hetzelfde als zeggen dat een baby pas geboren mag worden wanneer hij kan lopen en praten. Je hoeft je dus ook geen zorgen te maken dat je perfect moet leven nadat je gedoopt bent, want dat kan niemand behalve Jezus zelf.

Ben jij al klaar om je te laten dopen? Onthoud deze dingen van het verhaal:
  • De doop is niet een volgende stap in het geloof; het is je christelijke geboorte! Dit is stap 1 en dat kan dus al 1 minuut na je bekering
  • Het maakt niet uit hoeveel je nog fout doet, als je maar je best doet in alles meer te gaan lijken op Jezus
  • De voorwaarde is dat je met heel je hart gelooft in Jezus en alles voor hem over hebt.
Als je alles voor Jezus over hebt, kan geen zonde je ervan weerhouden om je te laten dopen.

Wil je graag meer bijbelteksten lezen over de doop? Kijk dan even hier

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

zaterdag 29 juli 2017

Hemelpunten scoren

Ben jij afgelopen zondag naar de kerkdienst geweest? Ja? Dat zijn dan 10 hemelpunten! Tenzij je een taak op het podium had natuurlijk, want dat telt als een verdubbelaar. Of als je de toiletten hebt schoongemaakt, zonder dat je daarvoor de eer krijgt, dan krijg je maar liefst 30 hemelpunten!
Maar o wee als je een weekendje weg bent en niet naar een dienst gaat... Dan krijg je zelfs min-hemelpunten. Nouja, zolang je nog genoeg punten over hebt van je vrijwilligerswerk en evagelisatie.

Ik maak er wel eens grapjes over als iemand iets goeds doet of ergens een steekje laat vallen, dat dit z'n hemelpunten balans beïnvloedt. Alsof je genoeg punten nodig hebt om de hemel in te mogen, maar dat is natuurlijk onzin zoals we weten.

Gered door genade, geloof of daden?

Onze God is juist zo uitzonderlijk doordat Hij niet van ons verwacht dat we tenminste 10.000 punten scoren om de hemel in te mogen. Alle andere "goden" eisen een goed genoeg leven op aarde om je hemelticket te verdienen, wat dus betekent dat aanhangers van zulke religies nooit de zekerheid hebben van eeuwig leven. Een christen mag zeker zijn dat zijn/haar redding niet afhankelijk is van de hoeveelheid gescoorde punten. Denk bijvoorbeeld aan de moordenaar aan het kruis naast Jezus. Eén erkenning dat Jezus de zoon van God is, en een berouw om zijn leven was genoeg om genade te krijgen.

Er zijn veel teksten te vinden over onze redding. Als je handig knipt kun je zelfs verdedigen dat de genade van God, door Jezus, op ieder mens geforceerd wordt en dat iedereen eeuwig leven heeft. Ook als je niets van Jezus moet hebben. Maar als je alle teksten erbij pakt is het heel duidelijk dat andere aspecten nodig zijn, zoals bekering, geloof en ja, zelfs daden! Wat ik als totaalplaatje over onze redding lees in het nieuwee testament is dit:
Gods genade, door Jezus, is beschikbaar voor iedereen. Deze genade redt je als je gelooft in Jezus en je bekeert van je oude leven. Of je geloof echt is zal blijken door je daden.
Je kunt dit lezen in onder andere Ef 2:5-10, Rom 5:1-2, Joh 3:16 en 6:40, Rom 9:30-32, Gal 2:16, Heb 11, Jak 2:14-26
In ieder geval hebben hemelpunten niets te maken met of je gered bent of niet.

Hemelpunten zijn bijbels

Is het idee van hemelpunten scoren dan helemaal onzin? Dat denk ik niet. Onze eeuwigheid is meer dan óf hemel óf hel. Het is niet alleen "geslaagd" of "gezakt" maar er zijn verschillende gradaties in het geslaagd zijn. De bijbel spreekt over dat er in de eeuwigheid verschillen zijn in positie. Als de Koning terugkomt zal de ene worden aangesteld over 1 stad en de ander over 10 steden (Luk 19). Ook in een brief van Paulus komt duidelijk naar voren dat je met de hakken over de sloot de eeuwigheid kan binnenkomen, of met een prachtig bouwwerk, en dat God je in de eeuwigheid beloont naar je daden.
Het is niet belangrijk wie plant of wie begiet; alleen God is belangrijk, want hij doet groeien. Wie plant en wie begiet hebben hetzelfde doel, al worden ze ieder apart beloond overeenkomstig de moeite die ze zich hebben gegeven. Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt - Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro, van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zalhij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen.
We moeten heel duidelijk hebben dat "daden" goed zijn, en nodig zelfs voor de christen. Maar goede daden brengen je niet in de hemel! God beloont je er voor in de eeuwigheid.
Wat we kunnen leren van 1 Kor 3 is dit:

  • God beloont je voor wat je hebt gedaan voor Hem, voor je inspannigen, niet je resultaat.
  • Zolang Christus je fundament is, overleef je de dag van het oordeel.
  • Alles wat je hebt gedaan wordt door Gods vuur gehaald. Wat eeuwigheidswaarde heeft, neem je mee in de hemel. De rest verbrandt.
  • Je zult de prijs betalen als het bouwwerk van je leven grotendeels affikt: als je wel gelooft, maar weinig moeite hebt gegeven voor Gods koninkrijk. Je betreedt de eeuwigheid smeulend en met de hakken over de sloot.
  • Je wordt beloond als het bouwwerk van je leven blijft staan.
Is Christus het fundament van je leven dan is dat fantastisch! Maar een fundament is nog geen huis. Je bent nog lang niet klaar, maar juist nét begonnen! Nu je op weg bent naar je redding staat je een geweldige taak te doen. Hemelpunten scoren voor Jezus en het Koninkrijk! Niet om gered te worden, maar omdat je al in je redding staat! Nu wil je leven naar het doel waar Hij je voor heeft gemaakt! Om de daden te doen die Hij tevoren heeft klaargelegd voor ons (Ef 2:10). Als je goed om gaat met wat je nu toevertrouwd wordt in dit leven, zal je in de eeuwigheid ook met veel toevertrouwd worden. En let wel, het gaat er hierbij niet om of alles lukt, maar of je je best doet voor God! Zoals mijn vader altijd tegen mij zei: Ik ben veel trotser op je als je een 5 voor de toets haalt na uren leren dan wanneer je een 8 haalt zonder er iets voor te doen. Ik ben er van overtuigd, door de bijbel, dat God diezelfde houding heeft naar Zijn kinderen.

Verder artikelen worden geplaatst op mijn website In Goede Grond

Liefde voor je naaste als jezelf (Liefde deel 3/4)

We zijn deze serie over liefde begonnen (link) met het opbouwen van een definitie. Hierin stelden we dat liefde is...:  "Ik kies te do...